Grip krijgen op kindermishandeling

SINCE 2017

Informatie: Info@pakvast.com

De scholing van medewerkers zou een

structurele plek moeten krijgen in het scholingsplan.

PAKVASt komt NU met een geheel herziene editie!

De belangrijkste wijziging is de aanpassing aan de

nieuwe Meldcode, die 1-1-2019 is ingegaan.

 

Prijs: € 109.95 inclusief verpakkings-/verzendkosten.

Nieuws items

6 februari 2019

Huiselijk geweld een vorm
van kindermishandeling
komt nog vaak voor

 

Het gedane onderzoek geeft een beeld van het deel van alle kinderen van 0 t/m 17 jaar dat te maken heeft gehad kindermishandeling (Alink et al., 2018).

Door de opzet van het onderzoek – het gaat om kindermishandeling die is gesignaleerd door professionals – wordt aangenomen dat de kindermishandeling die hier wordt gemeten structureler en/of ernstiger van aard is dan de mishandeling die in het scholierenonderzoek door de jongeren zelf is gerapporteerd.

Naar schatting heeft een groep van tussen de 90.000 en 127.000 kinderen jaarlijks te maken met tenminste één vorm van kindermishandeling. Dit is circa 3% van alle kinderen van 0 t/m 17 jaar. Naast fysieke en emotionele mishandeling vallen hieronder ook zaken van ernstige verwaarlozing; dat is zelfs de grootste groep. Meisjes en jongens zijn vrijwel even vaak slachtoffer van kindermishandeling, met uitzondering van seksueel misbruik en emotionele mishandeling. Daarvan zijn meisjes significant vaker het slachtoffer.

De meerderheid van de kinderen die door informanten is gerapporteerd, wordt mishandeld door een biologische ouder (96%). De mishandeling kan door één van beide ouders hebben plaatsgevonden of door beide ouders. De moeder is vaker de pleger dan de vader (86%, respectievelijk 62%; het komt voor dat beide ouders pleger zijn). De onderzoekers plaatsen hierbij de kanttekening dat meer kinderen alleen bij hun moeder dan alleen bij hun vader wonen.

In 6% van de gevallen werd er mishandeld door een stief- of pleegouder, al dan niet naast een andere pleger.
Seksueel misbruik gebeurt relatief vaak door mannelijke plegers die niet de biologische, stief- of pleegvader zijn (Alink et al., 2018).

Ongeveer een derde van de 12% van scholieren die mishandeling rapporteren, is naar eigen zeggen slachtoffer van meerdere vormen van kindermishandeling (Schellingerhout & Ramakers, 2017). In de informantenstudie blijkt bijna 30% van de kinderen te maken te hebben met meer dan één vorm van kindermishandeling (Alink et al., 2018).

In beide studies is dus ongeveer een derde van de kinderen het slachtoffer van meerdere vormen van mishandeling (WODC, 2019). https://www.wodc.nl/binaries/Cahier%202019-1_2668i%20_Samenvatting_tcm28-374129.pdf

 

Van de meerderjarige  Nederlanders  heeft 5,5% de afgelopen vijf jaar minstens een voorval van huiselijkgeweld ondergaan.
Bij 20% is het geweld structureel.
In gezinnen met werkeloosheid, armoede en veel stress vindt vaker geweld plaats en ook alcohol en drugs dragen bij tot een goede samenleving (WODC, 2019 en Volkskrant, 2019).

In deze nieuwe cijfers is Psychisch geweld niet meegenomen, evenals personen die buiten de maatschappij zijn geplaatst.

Oproep tot scholing! ivm. nieuwe richtlijn per 2019.

Nieuws van het NJi

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (van 28 juli 2017) aangescherpt !

 

Vanaf 1 januari 2019 wordt van professionals verwacht dat zij ernstige situaties van kindermishandeling en huiselijk geweld

altijd melden bij Veilig Thuis.

Tot die datum krijgen beroepsgroepen de tijd om een afwegingskader op te stellen waarin is vastgelegd wanneer een situatie zo ernstig is dat melding vereist is.

 

De aanscherping betekent een aanpassing van de vijfde, tevens laatste stap uit de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Momenteel biedt die vijfde stap de ruimte aan de professional om óf zijn vermoeden te melden bij Veilig Thuis óf zelf hulp te verlenen aan het gezin. In de nieuwe situatie is het voor professionals bij (vermoedens van) acuut of structureel onveilige situaties van kindermishandeling of huiselijk geweld een vereiste om, ook als hij zelf hulp verleent, melding te doen.

Bron: NJi 2018, Geraadpleegd op 23 augustus 2018, van https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-van-het-NJi/Meldcode-kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-aangescherpt .

Vakblad Vroeg

Vroegsignalering en vroeghulp is van groot belang om het jonge kind en zijn ouders waar nodig de helpende hand te bieden. Tegelijkertijd is het een vorm van preventie om allerlei psychische en sociaal-maatschappelijke problemen op latere leeftijd voor te zijn. Voor professionals die werken met jonge kinderen en hun ouders is Vakblad Vroeg een dankbare informatie- en inspiratiebron.

NIEUWSBERICHT

Datum: 24 oktober 2017

Organisatie: Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK)

 

http://www.maatschappelijkekinderopvang.nl/annelies-snijders-mik-kinderopvang-ontwikkelt-spel-maak-kindermishandeling-bespreekbaar/

Onderzoek, uitgevoerd bij MIK Kinderopvang.

Onderzoeker: Annelies Snijders

Datum: maart 2018

Opleiding: Master Pedagogiek,

Hogeschool Arnhem-Nijmegen

Doel: Effectiviteit van het spel

Conclusie:

Het spelen van het spel blijkt effect te hebben op de kennis van de pedagogisch medewerkers en op de vaardigheden van de pedagogisch medewerkers.

Er is bij beide aspecten sprake van een positief significant verschil tussen de antwoorden uit de nul- en de nameting. Wat betref de attitude is er sprake van een positief verschil tussen de antwoorden bij enkele onderdelen.

Deze tendens wordt weerspiegeld door de bevindingen van de pedagogisch medewerkers.

Zij denken na het spelen van het spel signalen adequater te kunnen herkennen en meer toereikende vaardigheden te hebben om sneller actie te ondernemen en signalen met ouders te bespreken (zie Figuur 1).

 

Figuur:1

 

 

Uitspraken van Pedagogisch medewerkers:

 

“Ik voel me na deze bijeenkomsten gesterkt om actie te ondernemen. Het is voor mij een absolute eyeopener geweest.”

 

“Het zou fijn zijn als dit regelmatig wordt herhaald. Dit geeft houvast.”

 

“Het oefenen leert mij het meest.”

 

Uitspraken van locatiehoofden:

 

“Ik vind heel sterk aan het spel dat het je helpt minder oordelend te zijn.”

 

“Het onderwerp is meer gaan leven en er is meer durf om over het onderwerp te praten en ervaringen worden meer gedeeld.”

 

“Ik vind dat het spel je wel dwingt om je zorgen minder vrijblijvend te benaderen maar na te denken over wat dit betekent voor je professionele rol.”

 

“Pedagogisch medewerkers hebben meer vertrouwen, zijn zekerder omdat de routing nu duidelijker voor hen is.”

 

Op basis van de positieve effecten en bevindingen met betrekking tot het PAKVASt-spel wordt aanbevolen het spel als trainingsmiddel te implementeren in kinderdagverblijven, en andere werkgebieden waar professionals te maken hebben met kinderen tot 4 jaar (zoals Kinderartsen, Verpleegkundigen, Consultatiebureaus en Beroepsopleidingen in Zorg en Onderwijs).

 

Van belang is dat het spel structureel ingezet wordt zodat opgedane kennis en (gespreks)vaardigheden goed beklijven en verder doorontwikkeld worden.

Interessant zou zijn om na enige tijd samen met andere (kinderopvang)organisaties een vervolgonderzoek uit te voeren naar de effecten van het PAKVASt-spel in de praktijk.

Figuur: 2

Onderzoek

Datum: vanaf september 2017

Organisatie: HAN Hoge school Nijmegen

Opdrachtgever: MIK kinderopvang

Doel: Werking van het spel

meer informatie volgt

Spel in uitvoering

Presentatie tijdens  Jeugdbescherming van Morgen

Datum: 18 september 2017, NBC Congrescentrum Nieuwegein

Organisatie: NJI, Nederlands Jeugd Instituut

Sessie: 3e ronde PAKVASt

Locatie: Nieuwegein

Opmerkingen: Mooi weergegeven om met elkaar binnen een team een discussie te gaan starten.

Doel van het Spel

Professionals zoals pedagogisch medewerkers (PM) ervaren handelingsverlegenheid bij het bespreekbaar maken van vermoedens rondom kindermishandeling (KM) met ouders.

Het is belangrijk dat PM hun signalering en observatie van mogelijke gevallen van KM leren concretiseren en bespreekbaar leren maken, met collega’s en ouders/verzorgers. Daar is kennis, kunde en ervaring voor nodig.

 

PAKVASt© is een tool in de vorm van een spel. PAKVASt© vergroot  kennis betreft KM en voorziet in het trainen van gespreksvaardigheden. Daarnaast helpt PAKVASt© bij het bespreekbaar maken van eigen gevoelens en dilemma’s van PM. PM zullen het gesprek rondom dit complexe en gevoelige thema door het spelen van PAKVASt© met meer ‘lef’ kunnen aangaan. Ook bevordert het deskundigheid van PM op gebied van KM. Er wordt zo doende meer ‘grip’ verkregen op KM.

 

 

Doelgroep

 

De casuïstiek is afkomstig uit de praktijk van de kinderopvang en Jeugdzorg. De cases betreffen gevallen met kinderen tot en met 4 jaar en zijn veralgemeniseerd en geanonimiseerd. Hiermee is het spel geschikt voor de gehele kinderopvang branche in Nederland. Ook peuterspeelzalen of andere (professionele) vormen van kinderopvang (bijvoorbeeld gastouderbureaus) voor kinderen tot en met 4 jaar (in Nederland) kunnen gebruik maken van het spel. Met een relatief kleine aanpassing van beroepsgebonden termen en casuïstiek is het spel tevens direct bruikbaar voor andere professionals die werken met kinderen van 0-4 jaar. Te denken valt aan kinderartsen (in opleiding), verpleegkundigen (in opleiding), opleidingen voor PM, consultatiebureaus, peuterspeelzalen, gastouderbureaus, medewerkers van Veilig Thuis, etc.

Wat is er nodig?

Dobbelstenen

Antwoordenboekje

twee stuks

Benodigd bij de casussen

 

Om mee te starten

Spelregels

Casus  voorbeeld

Vechtscheiding makkelijke vragen

Complete set

Voorbeeld

DE NAAM

Naamgeving van PAKVASt

‘Pak vast’ geeft, mede door de gebiedende wijs die wordt gebruikt, een daadkrachtige en actieve indruk. De Master Pedagogen (in opleiding) die PAKVASt ontworpen hebben zien zichzelf als daadkrachtig in de aanpak van dit project, waarmee op eigen wijze problemen rondom Kindermishandeling (KM) concreet en op vernieuwende manier worden aangepakt en ‘vast gepakt’. Verder willen de ontwerpers de Pedagogisch Medewerkers werkzaam in de Kinderopvang (en andere Nederlandse organisaties die werken met kinderen tot en met 4 jaar) aanmoedigen om, door het spelen van het spel in hun dagelijkse werk KM daadkrachtig bij de kop te pakken en daarmee ‘vast te pakken’.

Dit op hun eigen wijze, met meer inzicht, vaardigheden, lef en zonder handelingsverlegenheid. De ondertitel luidt ‘grip krijgen op kindermishandeling’ en dit geeft in één zin kernachtig het doel van het spel weer.

 

De naam PAKVASt bestaat uit de eerste letters van de voornamen van de zes ontwerpers (Peter, Anne-Christien, Karina, Vera, Annelies en Saskia). Om hier betekenis aan te verlenen is de letter t toegevoegd.

De ontwerpers hebben de naam PAKVASt tevens als auteursnaam voor het spel in gebruik en is bereikbaar onder contact adres info@pakvast.com.

BESTEL HIER

Beschrijving theoretische opzet en achterliggende gedachten PAKVASt

Met PAKVASt wordt aan de hand van verschillende casuïstiek passend binnen vijf thema’s, geoefend in het voeren van gesprekken. De spelers nemen om beurten de rol in van zichzelf, te weten de professionele PM, en de rol van de ouder(s)/verzorger(s) of kind. Daarmee leren de PM hun professionele houding te bepalen, vermoedens rondom KM onder woorden te brengen, gesprekken voor te bereiden, te voeren en na te bespreken. De PM leert zich zo tevens te verplaatsen in een ander. Ook het kennisaspect (wat is KM precies, hoe signaleer ik het, hoe zet ik de Meldcode in, etc) komt in de tool aan bod.  Daarnaast nemen de PM om beurt de rol van onafhankelijke observator c.q. spelleider in, die bepaalt (aan de hand van een antwoordenboek) of antwoorden en uitkomsten van gespreksoefeningen ‘kloppen’. Het is echter van groot belang dat in deze tool geen ‘foute’ antwoorden bestaan. Het aparte, bij de tool behorende antwoordenboek bevat dan ook nauwelijks ‘absolute’ antwoorden (behalve bij het onderdeel ‘kennis’) maar geeft richting aan het spel door voorbeelden van goede antwoorden en daarbij ook achtergronden in de vorm van literatuurverwijzingen te geven. Hiermee is het spel geborgd in literatuur, die voornamelijk komt vanuit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Achterin het antwoordenboek zijn enkele, algemene literatuurverwijzingen opgenomen.

Er zijn twee dobbelstenen in het spel, deze moeten beide gegooid worden. De eerste dobbelsteen bevat de thema’s van de casuïstiek (waarbij elk thema zijn eigen kleur op de dobbelsteen heeft, die terugkomt in de bijbehorende casuïstiek kaartjes). Hierbij is gekozen voor vier thema’s die het NJi als hoofdcategorieën binnen KM duidt:

• Verwaarlozing (fysiek en psychisch)

• Mishandeling (fysiek en psychisch)

• Seksueel misbruik

• Getuige van huiselijk geweld.

Het vijfde thema is vechtscheiding. Hier is voor gekozen aangezien de kinderombudsman op 31 maart 2014 een rapport heeft gepubliceerd waarin naar aanleiding van gesprekken met kinderen en ouders de parallel wordt getrokken tussen vechtscheiding en kindermishandeling. De kinderombudsman ziet het klem zetten van kinderen als "geestelijke geweld en emotionele verwaarlozing” door het inzetten van kinderen als machtsmiddel. Het NJi noemt dit thema niet als vorm van kindermishandeling, maar op basis van voorgaande acht de projectgroep het een belangrijk thema.

Het zesde vlak van de dobbelsteen draagt een vraagteken (?). Als dit vlak gegooid wordt mag de PM zelf kiezen welke van de vijf thema’s gekozen wordt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de behoefte aan autonomie .

De tweede dobbelsteen bevat 6 onderwerpen (allen zwart aangegeven op de dobbelsteen, genummerd van 1 t/m 6, net als op de casuïstiek kaartjes) waarmee de PM rondom KM te maken heeft, te weten:

1. Kennis

2. Professionele houding

3. Vermoedens (bespreken)

4. Voorbereiding gesprek

5. Gesprek

6. Nabespreken gesprek

 

Deze onderwerpen zijn volgens het NJi belangrijke onderwerpen in gesprekken met kind en ouders.

De dobbelsteen met de thema’s correspondeert (in thema en kleur) met de kaartjes. Op de kaartjes staat een casus betreffende KM uitgeschreven met daaronder de zes onderwerpen in de vorm van vragen/ opdrachten. De worp met de thema dobbelsteen bepaalt welk thema gekozen dient te worden. De worp met de tweede dobbelstenen (met de zes onderwerpen erop)  bepaalt welke van de zes onderwerpen gespeeld/beantwoord dient te worden. Op elke kaart staat dus een korte casus (in een bepaald thema) met daaronder zes vragen/opdrachten passend bij de zes onderwerpen.

 

Er zijn per thema zoals gezegd vijf verschillende casuïstiek, waarbij per casuïstiek een variant met wat makkelijkere vragen (*) gekozen kan worden en een variant met wat moeilijkere vragen (**). De speler kiest zelf voor * of **. De deelnemer van het spel krijgt hiermee zelf de gelegenheid welk niveau hij in wil stappen/wil spelen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het belang van differentiatie en autonomie en wordt het spel veelzijdiger.

De speler/uitvoerder werpt de dobbelstenen, trekt de bijbehorende thema kaart en beantwoordt de bijbehorende opdracht. Een vraag niet geheel ‘juist’ of niet volledig beantwoorden is in dit spel geen ‘fout’. ‘Fouten’ maken is hier juist een motivatie om door te gaan. Je kan net zolang doorgaan totdat je de vaardigheid onder de knie hebt. In een antwoordenboek kan de observator het antwoord vinden, met daarbij (meestal) ook verwijzingen naar documenten (vnl. van het Nederlands Jeugdinstituut). De PM hebben hiermee de mogelijkheid te checken of hun antwoorden juist of in de goede richting zijn en krijgen zicht op suggesties en hebben de mogelijkheid hun kennis en inzichten te vergroten en samen (ter plekke of later) door te spreken.

De observator/spelleider geeft nadat het antwoord gegeven is c.q. het rollenspel uitgespeeld is een onderbouwde feedback waarna de deelnemers samen na kunnen denken over de situatie; de feedback werkt stimulerend om het gesprek aan te gaan met elkaar over een bepaalde situatie. Hierbij wordt in het spel (spelregels) geadviseerd de feedbackregels in acht te nemen:

1. Beschrijf veranderbaar gedrag,

2. Beschrijf concreet en specifiek gedrag dat je zelf hebt gezien of gehoord

3. Gebruik een ik-boodschap

4. Geef aan welk effect dat gedrag op je heeft

5. Laat je gesprekspartner reageren

6. Vraag om het gewenste gedrag

7. Verken samen oplossingen of achtergronden.

Een ‘top’ (wat gaat goed) of ‘tip’ (wat kan nog beter) geven behoort ook tot de feedback mogelijkheden.

 

Het spel eindigt na een bepaald aantal (tevoren vastgestelde) rondes, of na een bepaalde (tevoren vastgestelde) tijd. Raadzaam is dat alle spelers tijdens het spelen van PAKVASt minstens één keer de rol van observant/spelleider hebben ingenomen, zoals eerder gezegd.

 

 

De tool bevat zoals gezegd vijf thema’s met ieder vijf verschillende casuïstiek (elk in de variant * met vragen op het gebied van bovenstaande zes onderwerpen en elk in de variant ** met vragen op het gebied van bovenstaande zes onderwerpen), waardoor er in totaal 50 kaartjes met in totaal 300 vragen zijn. Door twee dobbelstenen te gebruiken kent het spel veel variaties en mogelijkheden.

Bij de tool behoort ook een spelregelboekje, waarin de achtergrond, het doel en de werkwijze van PAKVASt kort uiteen wordt gezet. Er wordt hierin tevens aandacht besteed aan hoe feedback gegeven kan worden en wat (neven)effecten van het spelen van het spel beogen te zijn en kunnen zijn.

 

 

 

BESTELLING

Vereist

Vereist

Vereist

Formulier verzenden...

Er is een fout opgetreden in de server.

Formulier ontvangen.

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Vereist

Betaling vooraf

Algemene Wet Persoonsgegevens (AVG)

De benodigde gegevens die verstrekt worden door de klant zullen volgens de AVG richtlijnen.

-zorgvuldig beheerd worden en

-gebruikt worden voor verzending en bij het geven van

-informatie betreffende het product.

-Vernietiging van verstrekte gegevens is  mogelijk, anders standaard na een jaar.

 

SINCE 2017